Wielerliefhebbers wereldwijd kijken weer uit naar de start van ‘La Grande Boucle’, op 2 juli aanstaande. Vorig jaar startte de ronde nog in Rotterdam, dit jaar, alweer de 98e Tour, zullen de wielrenners vanuit de Atlantische Loirestreek vertrekken. Hoe ziet het parcours er uit?
Vlakke eerste week
Op de eerste dag van de ronde vindt er dit jaar geen proloog plaats, zoals traditioneel gezien vaak het geval is. In plaats daarvan gaan de renners vanaf de beroemde Passage du Gois naar Les Herbiers, waar ze op Mont des Alouettes zullen finishen, na een rit van bijna 200 kilometer. De Passage du Gois heeft een aardige wielerhistorie, in 1999 passeerde de karavaan er en vonden er wat valpartijen plaats waardoor een aantal favorieten op forse achterstand kon worden gereden. Zes jaar later lag deze passage opnieuw in het parcours.
Op de tweede dag is het tijd voor een ploegentijdrit over 23 kilometer, rond het stadje Les Essarts. Vervolgens gaat het in een aantal vlakke etappes door Bretagne en langzaam via Le Mans en Châteauroux naar het midden van Frankrijk, richting het Centraal Massief.
Op naar de Pyreneeën
Tijdens de twee volgende etappes kunnen aanvallers zich laten zien, wanneer er gekoerst gaat worden van Aigurande naar Super-Besse en van Issoire naar Saint-Flour. Na deze eerste negen dagen volgt de eerste rustdag, waarna de Tour de France nog verder zuidwaarts gaat. Op 12 en 13 juli zijn er nog twee vlakke etappes, maar de dagen erna mogen de klimmers zich voor het eerst laten zien in de PyreneeĂ«n. De eerste bergetappe gaat het over twee cols (La Hourquette d’Ancizan en Col du Tourmalet) en is er een aankomst bergop, naar Luz Ardiden. De tweede PyreneeĂ«nrit staat de zware Col d’Aubisque op het programma, waarna er een aankomst in Lourdes is. De laatste rit in de PyreneeĂ«n is een vrij zware met doorkomst over maar liefst vijf cols (Col de Portet-d’Aspet, Col de la Core, Col de Latrape, Col d’Agnes, le Port de Lers) en aankomst bergop, op Plateau de Beille. Aan het eind van deze tweede Tourweek gaat het vervolgens in een vlakke etappe naar Montpellier, waarna een rustdag volgt.
De Alpen
Na een geaccidenteerde etappe naar Gap, komt het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de Tour aan bod. De eerste Alpenetappe moeten de renners over de Col de Montgenèvre en klimmen ze naar het hooggelegen Sestriere in Italië waarna ze afdalen en via een kleinere klim (côte de Pramartino) in Pinerolo, uitkomen.
Een dag later bereikt de tourkaravaan het dak van deze ronde, met doorkomst over de meer dan 2.700 hoge Col d’Agnel en de Col d’Izoard. De aankomst van deze etappe is eveneens de hoogste aankomst ooit, op de Galibier, een slotklim die van 1.300 naar ruim 2.600 meter gaat. Deze etappe is met 200 kilometer ook nog eens de op één na langste van deze aflevering van de Tour de France.
De laatste bergetappe van dit jaar gaat over de Col du TĂ©lĂ©graphe en de Col du Galibier – de tweede keer deze ronde. GeĂ«indigd wordt er op de Alpe d’Huez. Het zal de 27e keer worden dat een etappe op deze berg eindigt. Acht keer daarvan was het een Nederlander die de winst hier kon opeisen. De laatste keer is echter al weer 22 jaar geleden, toen Gert-Jan Theunisse er won.
Op de voorlaatste dag van de Tour vindt de individuele tijdrit plaats, rond de stad Grenoble. De weg is gedurende 42,5 kilometer heuvelig, maar er ligt geen col op de route. Een tijdrit dus waarin het waarschijnlijk vooral nog zal gaan om de hogere plekken in de top tien – de top drie zal op dat moment al wel vastliggen. Op de laatste dag rijden de renners als vanouds naar Parijs toe.
Hieronder het officiële filmpje waarin het parcours wordt gepresenteerd.






